Ontmoeting in Dublin (deel 1)

Het is februari 2012. Sinds enkele maanden draai ik als externe mee in het Europese team bij farmabedrijf X dat de ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel voor ziekte Y voorbereidt. Deze kennismaking van binnenuit met het farmabedrijf in kwestie is boeiend en leerrijk. Vanuit mijn aard meer voorbestemd voor werken in een klein team met een persoonlijke aanpak, zal dit vermoedelijk het dichtste zijn dat ik ooit kom bij werken in een multinational.

In de hele aanloop naar de hopelijk nakende lancering van het product, wordt beslist om een 3-daagse workshop te houden in Dublin. Hierop zullen alle mensen uit het Europese team en alle nationale teams samengebracht worden om zich samen onder te dompelen in de wereld van ziekte Y. Ik tel af, want dit lijkt me puur genieten: 3 dagen weg, niets moeten, geen verplichtingen, enkel luisteren, leren en van gedachten wisselen. De leergierige spons in mij staat te popelen om zich vol te zuigen met alle (voor mij) nieuwe kennis die er gedeeld zal worden. Extra bonus is dat de workshop zal plaatsvinden in een 5-sterren hotel. De firma heeft een goede prijs kunnen bedingen voor de groep van zo’n 80 mensen die hier midden in de week zal samenkomen.

Als ik toekom in de prachtige lobby van het hotel, snelt het personeel op me af. Ook dit is waarschijnlijk het dichtste dat ik ooit ga komen bij het sterrengevoel dat bekende mensen of mensen met veel geld moeten hebben. Met de glimlach gaat alles vanzelf: mijn naam wordt meteen gevonden, de sleutel wordt neergelegd, iemand neemt mijn bagage en voor ik het weet sta ik, een wirwar van gangen later, voor een deur, de laatste van het hotel zo lijkt het wel.

Wanneer de deur opengaat, blijk ik mij niet in een slaapkamer, maar in een heuse living te bevinden. Met een afmeting groter dan mijn salon thuis, grote statige zetels en ramen van de vloer tot aan het plafond, een halve cirkel breed, blijk ik mij in kamer 1 van mijn suite te bevinden. Nog een deur verder zie ik pas mijn bed. En wat een bed. Hier kan je minstens met 3, en als je het graag gezellig hebt, met 4 in slapen. Totaal verbouwereerd kijk ik om me heen. Op het salontafeltje staat een schaaltje met 3 prachtig versierde cakejes. Eén voor elke dag dat ik hier zal zijn, vermoed ik. Ik laat mij zakken in de zachte zetel en begin alvast aan cakeje 1. Dat helpt om te bekomen…

Mezelf een plaats zoekend in het grote bed – ik kan nog kiezen of ik recht, schuin of dwars ga liggen – geef ik me over aan de slaap. Er staan me 3 gevulde dagen te wachten.

De eerste dag is helemaal wat ik ervan verwacht heb. Er wordt veel kennis gedeeld en gediscussieerd. Ik geniet volop. ’s Avonds staan er een receptie en een groepsdiner op het programma. Met een glaasje in de hand zet ik me bij een aantal vrouwen die ik al kende van vorige meetings. Het gaat er al snel gezellig aan toe, want met deze leeftijds- en geslachtsgenoten zijn er altijd wel raakvlakken te vinden.

Niet veel later komt er een man bij ons staan. Ik kijk op zijn naamkaartje en herken zijn naam, R., van in de telefonische teamvergaderingen die we in de voorbije maanden gehad hebben. Ik vertel hem al lachend dat zijn naam en zijn manier van praten mij altijd hebben doen denken dat hij een Jamaicaan was. Maar R. blijkt een Slovaak te zijn die in de buurt van Londen woont en werkt voor het Engelse team. De toevoeging van een man aan ons groepje vrouwen doet de sfeer alleen maar goed, net als de bubbeltjes.

Na de receptie worden we uitgenodigd om plaats te nemen aan tafel. Ik kom terecht tussen R. en een Spaanse vrouw met wie het al eerder goed klikte. De avond verloopt gemoedelijk en de sfeer zit goed. We lachen en ontspannen.

Met R. heb ik al snel een klik, en we babbelen erop los. We praten over ons leven, ons werk, over wat ons bezighoudt. Wanneer het diner op zijn einde loopt, blijven we verder praten. Als we even later opkijken, blijkt de rest van de tafelgenoten al weg te zijn. We besluiten ons gesprek verder te zetten in de bar van het hotel. Op het einde van de avond lijkt het alsof we mekaar al jaren kennen. Ik krijg bij hem het gevoel alsof hij een soort “scoutsvriend” is, een jongen met wie je vriendschappelijk omgaat, zonder dat je er iets achter moet zoeken. Het voelt heel gemoedelijk, vertrouwd en veilig.

De tijd blijkt voorbij gevlogen, het is ondertussen al middernacht, en het lijkt mij een goed moment om de dag af te sluiten. Er zullen immers nog 2 intense dagen volgen. R. heeft nog niet veel zin om af te sluiten, maar gaat toch mee de bar uit.

Even later staan we in de prachtige lift van het hotel. Ik moet er eerst uit, R. moet nog een verdiepje hoger. Wanneer de lift met een kort belletje mijn verdieping aangeeft, en de deuren openschuiven, begint R. een beetje op zijn voeten te draaien en vraagt plots of ik geen zin heb om nog iets te drinken. Ik kijk hem aan, en de grond lijkt onder mijn voeten weg te schuiven. Mijn hart knijpt samen en ik lijk even geen lucht te krijgen. Plots zijn we niet meer alleen in de lift, maar krijg ik het gezelschap van 100’en kritische stemmen in mijn hoofd, mijn alombekende metgezel op kop. “Wat ben jij toch naïef”, “Jij bent een vrouw, en hij een man, wat had je gedacht”, “Hoe dom kun je zijn”, “Jij maar naïef denken dat er zoiets bestaat als veilige scoutsvriendjes, mannen zijn mannen”…. Dit alles in enkele nanoseconden. Het enige wat ik stamelend kan uitbrengen, is dat ik écht wel ga slapen, en niets meer wil drinken. Ik rep mij de lift uit, de deur sluit zich achter mij. De lift neemt R. en de vreemde wending met zich mee.

Totaal gedesoriënteerd probeer ik de weg naar mijn kamer te vinden. De laatste kamer, dat herinner ik mij nog. Het stormt in mijn hoofd, mijn binnenste zit in de knoop, ik hap naar lucht. Ik open de deur en sluit die snel achter mij, mijn rug tegen de deur. Wat is dit allemaal…. Ik ga naar de badkamer en bekijk mezelf in de spiegel. Door mijn ogen stralen verwijten. Waar ben ik mee bezig? Bijna 40 jaar, en nog steeds zo naïef. Ik poets mijn tanden en probeer een beetje te kalmeren. Ik ga naar mijn immense bed, en kleed me uit.

En dan gaat de telefoon. Het is middernacht, ik ben in een hotel in Dublin, niemand weet dat ik hier ben, en de telefoon op mijn nachtkastje rinkelt. Ik kijk verdwaasd naar de telefoon, alsof ernaar kijken mij meer duidelijkheid gaat geven. Ik probeer de opties te overlopen, scenario’s willen zich vormen in mijn hoofd, maar daar is de storm nog niet gaan liggen. Helder denken lukt niet meer. Dus neem ik op.

“Hello?”

(wordt vervolgd)

Advertisements

3 thoughts on “Ontmoeting in Dublin (deel 1)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s