De rechtgeaarde kapper

Terugkijkend op mijn leven, besef ik dat ik van geluk mag spreken. Met mijn naïeve aard zou ik het ideale slachtoffer zijn geweest van mannen met slechte bedoelingen. Die ene handtastelijke scoutsleider daar gelaten, ben ik gelukkig nooit in situaties verzeild die me echt geschaad hebben. Al kwam het soms wel in de buurt. Onderstaand verhaal is er daar één van.

Leuven, begin jaren negentig van de vorige eeuw (probeer je bij deze zin maar eens niét oud te voelen). Ik moet zo’n 19 jaar geweest zijn. Op een mooie dag, zo is dat toch in herinneringen, stapte ik met mijn vriendin K. van de les naar ons kot. Onderweg zag ik in de etalage van een kapperszaak een briefje hangen “Modellen gezocht met halflang haar om gratis hun haar te laten knippen”. Het was ongetwijfeld vlotter geformuleerd, maar dat was wel de boodschap die ik eruit begreep. Zoals elke student krap bij kas, zag ik een extra, gratis kappersbeurt wel zitten. K. en ik gingen de zaak binnen om naar de geafficheerde “extra informatie” te vragen. De kapster wierp een kritische blik op mij en mijn haar. Echt vriendelijk was ze niet, maar uit haar korte zinnen begreep ik dat het om een avond voor kappers ging, waarbij ze enkele vrouwen nodig hadden die het ok vonden dat er iets met hun haar gedaan werd. Het was niet te voorspellen wat ze juist met mijn haar zouden gaan doen, laat staan dat ik iets kon kiezen of bestellen. En o ja, als ik het nog zag zitten, moest ik mij ook even gaan tonen in die klerenwinkel daar, want ik zou ook wat kleren moeten showen. Slik, dat werd al iets serieuzer.

De stoute schoenen had ik nu toch al aan, en die brachten mij gezwind naar de klerenwinkel. Ook daar werd er een kritische blik op mij geworpen, ditmaal niet op mijn haar, maar op mijn lengte en figuur. Een kleine stille overpeinzing later, kwam het knikje dat het ok was. Ook deze verkoopster blonk niet uit in vriendelijkheid.

Zo gezegd, zo gedaan. Op de afgesproken avond meldde ik mij in een zaaltje niet ver van mijn kot. Samen met 2 andere studentes kregen we een kleedkamer toegewezen en werd er kort uitleg gegeven. Er zou aan ons haar gefrunnikt worden en tussendoor gingen we elk een 3-tal outfits moeten tonen op een geïmproviseerde catwalk. Of we dat al eens gedaan hadden? Euh nee… Dan maar gauw een snelcursus die er geen was. Enkel de instructie “loop eens heen en weer door de gang”, een “mmm” en een korte aanwijzing hoe je juist je voeten moest zetten. Dat was het. Echt op mijn gemak was ik niet, maar terug kon ik niet meer. En om het geheel compleet te maken, moesten we – hoe kon ik daar niet aan gedacht hebben – opgemaakt worden. Vergeet naturel, jaren ’90 remember. Ik zag mezelf in de spiegel veranderen in iets dat op een karikatuur van mezelf leek, klaar om naar de eerste de beste chirofuif in laag België te gaan. Maar goed, we waren er klaar voor…

De avond begon. Het zaaltje was redelijk donker, en warm. Ik moest, gekleed in outfit 1 en met knijpoorbellen (want, oei, gaatjes in mijn oren had ik niet), plaatsnemen op een kappersstoel, op een ronddraaiend plateautje, met rond mij een 20- tot 30-tal kappers. De kapper die mij onder handen zou nemen, was duidelijk een goeroe in zijn vak. Ik verbeeld me nu dat zijn naam Frans klonk, maar de kans is groot dat ik helemaal nooit geweten heb hoe hij heette. Hij schonk geen aandacht aan mij, enkel mijn haar was het middelpunt van zijn focus. En toen begon hij… In strips van Suske en Wiske zouden ze rieken en harken en emmers cement bovenhalen. Wel ja, zo voelde het. Veel geknipt werd er niet, maar getrokken, gecrepeerd en (haarlak) gespoten des te meer. Daar stond ik dan. Mijn haar bleek zo hoog opgezet als een toren, de zijkanten plat, en vanachter steil naar beneden… Het leek wel de jaren ’80, maar dan in de jaren ’90. The worst of both worlds…

Na de kappersbeurt werd ik – zo goed en zo kwaad als dat ging zonder mijn kapsel te vernielen – nog in outfit 2 en 3 gestoken, die ik telkens, een model imiterend, op de “catwalk” moest tonen. Het was net of ik iemand anders was. Dit was ik niet, en te gek voor woorden.

En even snel als het allemaal begonnen was, was de avond plots voorbij. De kappers stoven de zaal uit, en daar stond ik, als een kermisattractie, met tonnen schmink op mijn gezicht, mijn oorlellen nog nagloeiend van de knijpoorbellen, en mijn haar op een onverklaarbare wijze in een model dat ik niet voor mogelijk achtte. Dit had niets meer met knippen te maken. De goeroe moest uiteraard indruk maken op zijn “leerlingen”, dus had alles uit de kast gehaald om te impressioneren. Met mijn haar…

Ik kleedde me terug om, wat de hele zaak nog maar erger maakte. Mijn hoofd leek toe te behoren aan iemand anders dan de rest van mijn lijf.

Ik stond daar wat te bekomen, klaar om naar huis te gaan. Blij dat het donker was, en mij afvragend welke weg ik zou nemen om zo onopvallend en snel mogelijk op mijn kot te geraken. Tot er plots een man voor mij stond: dikke snor, gouden armband, 35+ (dus heel oud in mijn ogen toen). Hij keek bewonderd naar mijn haar en zei dat hij het prachtig vond. Wat dus meteen alles zei over die man. En of hij mij niet thuis moest brengen met zijn auto. Dat het echt niet hoefde, dat ik vlakbij op kot zat, antwoordde ik. Maar hij drong aan, het was koud buiten (inderdaad), en zijn auto stond – warm- in de ondergrondse parking onder de zaal. Nog een nee en een aandringen later, gaf ik toch toe. Ik zag de lift als een kans om mij niet te moeten tonen buiten, en ik vond het ook gewoon moeilijk om nee te blijven zeggen.

Even later bevond ik mij in een -inderdaad warme- auto, een Mercedes om precies te zijn. De man met de snor en het gouden armbandje nam onderuitgezakt plaats op zijn stoel en startte de wagen. Ik had al dik spijt dat ik ja had gezegd, en vroeg mij af wat ik kon doen als hij slechte bedoelingen zou blijken te hebben. Ik hield mijn adem in. Waar ik dan op kot zat? Ik wees hem de weg, mij terwijl voor haar hoofd slaand dat ik mij in deze situatie gebracht had. Ik zag eruit als de eerste de beste straatbloem, en zat naast een louche kersmistype in een dikke Mercedes, door de Leuvense nacht te zoeven. Ik keek door het autoraampje en voelde me opgesloten. Daar buiten wou ik zijn! Waar zat mijn verstand?

Twee straten verder stopte hij voor mijn kot. Oef, de redding was nabij. Enkel nog de deur openen en uitstappen. Terwijl ik hem bedankte voor de lift, de deurklink in mijn hand, legde hij zijn hand op mijn bovenbeen. Of ik niet nog zin had om iets te gaan drinken met hem. Ik kreeg er nog net een “nee, dank u” uitgeperst (beleefd tot de laatste snik), en haastte me de auto uit. Nooit zo blij geweest om de koude avondlucht te kunnen inademen, als toen.

Ik stormde mijn kot binnen, ondertussen mij al niet meer bewust van mijn kapsel en gezicht, recht naar de kamer van mijn vriendin K. Toen ik buiten adem binnenkwam en aan mijn verhaal wou beginnen, zag ik K.’s gezicht in een lachkramp schieten. De eerste 10 minuten kwam ze niet meer bij van het lachen, terwijl ik stond te popelen om mijn “bijna-aanrandverhaal” te vertellen.

Het leed was snel vergeten. Een douche later was mijn haar weer min of meer om aan te zien. En het verhaal blijft er een om bij te glimlachen. Gelukkig maar…

Advertisements

One thought on “De rechtgeaarde kapper

  1. Jouw naïviteit… als haar ontwapenend effect op mannen even groot is als haar aantrekkingskracht, heb je meteen de verklaring waarom het nooit fout is gegaan!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s