Monthly Archives: October 2014

Niemandsland

“Soms heb ik het zo druk dat ik niemand zie. Zelfs mezelf niet.” Zo ongeveer ging de uitspraak van Woody Allen die ik op een ochtend in mijn mailbox vond. Heel toepasselijk en, zoals wel vaker, net op het gepaste moment onder mijn ogen. De avond tevoren had ik net bedacht dat het vanbinnen bij mezelf voelde als niemandsland. Niemand te zien, en niemand die de plek inneemt. Ook ikzelf niet.

Op momenten (lees: dagen, weken) dat het leven met me aan de haal lijkt te gaan, dat ik enkel onderga en overleef, verlaat ik mezelf. Ik zet mezelf ergens opzij en schakel over op automatische piloot. Of beter gezegd, automatische robot. Dan lijkt het of ik enkel een leeg omhulsel ben, dat gewoon voortdoet. Zonder piloot, zonder stuurman… zonder bezieling. Er is op dat moment niemand thuis. Geen Sofie.

Ik ben er niet voor mezelf, maar ook niet voor anderen. Of toch niet wezenlijk. Fysiek loop ik rond, ik praat, eet en doe wat ik moet doen. Netjes, aangepast, zoals het hoort. Langs de buitenkant ziet het er heel gewoon en normaal uit, maar vanbinnen is het leeg en hol. En galmt de stilte.

Dit duurt best niet te lang…

Enkele weken geleden volgde ik het eerste weekend van de training “Liefdesbang”. Na het gelijknamige boek over bindings- en verlatingsangst, wilde ik me aan de training wagen. Het werden 2 intense dagen, waarin heel wat stukjes van de puzzel duidelijk werden. Wat me bijzonder aangreep, was het plotse inzicht dat ik al heel mijn leven mijn behoeftes ontken. Als kind het mezelf zo aangeleerd, om niemand tot last te zijn, in het streven naar perfectie. Ik moest en ik zou het perfecte kind zijn, op alle vlakken. Voor minder ging ik niet. En dan kan je maar beter geen behoeftes hebben.

Dat van dat streven naar perfectie, daar was ik al langer achtergekomen. Maar dat dit ook betekende dat ik, tot op de dag van vandaag, mijn eigen behoeftes ontkend had, kwam als een schok. Nu nog, zeker als er weinig ruimte is, heb ik de neiging mezelf volledig weg te zetten. Ik wil niets, heb geen honger, geen dorst, en, nee dank u, ik blijf wel rechtstaan.

Met dit besef kwam ook immens veel verdriet. Hoe ik mezelf “verraden” heb. Of – om het milder uit te drukken – hoe ik niet loyaal geweest ben ten opzichte van mezelf. Hoe ik mezelf telkens weer weggaf.

Sinds dat weekend begin ik aan een schoorvoetende verkenning van mijn behoeftes. De eerste die ik tegenkwam, was een reusachtige behoefte aan rust. Een plek om mijn hoofd even neer te leggen. Een plek waar niets moet, waar ik niets moet doen. In de eerste plaats niet van mezelf. Verder ontdek ik een behoefte aan tijd & ruimte voor mezelf, om mijn eigen ritme te volgen. En een verlangen naar stilte, in mijn hoofd, maar ook daarbuiten.

Zo bevolk ik stap voor stap opnieuw mijn niemandsland. Vul het in met Sofie. Door gesprekken van hart tot hart, door mijn eigen kwetsbaarheid en “faalbaarheid” te voelen en te tonen, waar het kan, in veiligheid. Door te proberen te aanvaarden dat ik nooit de perfectie zal bereiken. Dat het leven hier en nu plaatsvindt, in een niet-perfecte wereld. Dat ik mag voelen wat ik nodig heb, dat ik dat mag uitspreken, en zelfs vragen.
En zo hoop ik, op een dag, mijn ritme te kunnen volgen, mijn verlangens te voelen en zo, volop en totaal onvolmaakt, midden in het leven te staan, omringd door de vele mensen die ik graag zie. En dat zijn er veel, te beginnen met mezelf. Al is dat net de moeilijkste…

X

Noot: Deze tekst schreef ik op 24 september. Een dag later had ik een mijlpaalgesprek met mijn baas over mijn functioneren. Hij gebruikte het woord “niemandsland”, wat ik een vreemd toeval vond, maar ook weer niet, aangezien het over mij ging. Tien dagen later volgde ik de tweede 2-daagse van de Liefdesbang-training en nog eens een week later ging ik op weekend met 18 andere vrouwen, waarin we afdaalden in de stilte in onszelf. Bij deze 3 gelegenheden zijn er onmetelijk veel tranen gevloeid en is er veel pijn (én vreugde) doorleefd & gedeeld. In die mate dat ik met een “voor” en “na” gevoel zit. Deze tekst is de laatste die ik schreef in de “voor”-periode. Voor de “na”-periode heb ik nog geen woorden. Ik hoop er binnenkort over te kunnen schrijven. Als het zover is, hoort u het als eerste.

Advertisements