Monthly Archives: December 2014

Ik kan het (niet)

Mijn zoon was uitgenodigd op een discofeestje van een klasgenootje. Hij en een andere jongen, en daarnaast enkel meisjes. Allemaal 9 jaar. De uitnodiging vermeldde dat hij verkleed kon komen – in discostijl.

Hij was al enkele dagen op voorhand enthousiast bezig met het feestje. Hoe hij en zijn vriend de enige jongens zouden zijn, en wat hij zou aandoen. Was het omdat hij het woord “verkleed” associeerde met de doos met verkleedkleren? Wie zal het zeggen. Feit was dat hij besloten had zijn “sultanpak” aan te trekken, want dat had vele mooie kleurtjes. Het leek me een goed idee, want echt coole discokleren lagen er toch niet in zijn kast.

Op de dag zelf was ik even weg & zou mijn man onze zoon naar het langverwachte feestje brengen. Toen ik thuis kwam, vertelde mijn man dat het een heel gedoe geweest was. In het sultanpak in kwestie bleek een gat te zitten, waardoor onze zoon weigerde om het aan te doen. Het plots wegvallen van de geplande optie, maakte hem boos en onzeker. Aangezien de tijd ondertussen voorttikte, probeerde mijn man met hem een oplossing te vinden. De details ken ik niet, maar enkel de uitkomst. Zoonlief had uit de doos met verkleedkleren een indianenpak gehaald. Daar stond geen gat in.

Toen ik dit hoorde, voelde ik mijn hart samenkrimpen. Ik voelde hoe mijn zoon weer – zoals zo vaak- zo hard zijn best had willen doen en waarschijnlijk bij de combinatie van “verkleden” en “discofeest” niet veel anders had kunnen bedenken dan het kleurige sultanpak. Maar naar een feestje gaan met een gat in je kleren is een “no go” in zijn beleving. Ik kon me zijn radeloosheid inbeelden. Bovendien waren man & zoon door deze onverwachte gebeurtenissen een kwartier te laat aangekomen op het feest. Nog een kleine ramp voor onze anders zo stipte zoon.

En ik was er niet geweest.

Ik zou hem gaan terughalen van het feest. Maar nu ik wist dat hij daar zou staan in zijn indianenpak tussen hoogstwaarschijnlijk allemaal feestelijk uitgedoste discomeisjes en zijn vriend, voelde ik me onzeker. Ik voelde een oordeel, in mezelf, over wat voor een moeder je wel niet bent als je je zoon zo naar een feestje laat vertrekken.

Het was gelukkig donker toen ik toekwam. De sfeer op het feestje zat er goed in. Tussen de glitterende meisjes en zijn vriend met wit hemd en gel in het haar zag ik mijn zoontje staan, in zijn indianenpak, dat – zo bleek – ondertussen 2 maten te klein was geworden. Het contrast was hierdoor nog schrijnender dan ik het me ingebeeld had. Hij kwam meteen naar me toe, maar leek het wel naar zijn zin te hebben. We namen afscheid van de jarige en haar ouders en repten ons naar huis.

Door de donkere straten van ons dorp fietsten we. Mijn zoon voorop, goed ingeduffeld met jas en fluovest, met daaronder zijn veel te korte broek en oude schoenen. Zo flink en voorbeeldig, bij elke afslag zijn arm uitstekend en mooi alle aangeleerde verkeersregels volgend. Zoveel ijver en plichtsbewustzijn weerspiegeld te zien in mijn jongste zoon, raakte een pijn aan in mezelf.

Bij mij voelt het alsof er rond die inzet en dat plichtsbewustzijn een laagje verdriet ligt. Omdat het geassocieerd is met zo mijn best willen doen, in de hoop graag gezien te worden. Ik kan alleen maar hopen dat dat laagje er bij mijn zoon niet opligt. Dat hij zich gewoon inzet voor het plezier ervan.

Maar goed, ik was me bewust dat de pijn die aangeraakt werd, de mijne was. Zoon vertelde enthousiast over het feestje. Hij had een fijne tijd gehad. Ik liet het zijn en bezinken.

Tot er enkele dagen later foto’s van het feestje verschenen op Facebook. Mijn keel kneep dicht. Het enige waar ik aan kon denken bij het openklikken van de foto’s, was hopen dat mijn zoon er niet op te zien zou zijn.

Die plotse confrontatie met wat voelde als pure schaamte, verraste me. Ik schaamde me niet voor mijn zoon, ik schaamde me voor mezelf. Want dat beeld van mijn zoon in een te klein indianenpak op een discofeestje, vertelde mij maar 1 ding: ik was niet goed bezig als mama. Tot mijn grote opluchting stond mijn zoon nergens herkenbaar op de foto’s. Na even was het hele voorval bezonken en weggezakt.

Tot een week later. Op de laatste dag van de Liefdesbang training gingen we “schaamte” onderzoeken. We werden uitgenodigd om aan een situatie te denken waarin we ons geschaamd hadden. Het bewuste discofeest-gebeuren schoot onmiddellijk naar boven. Het was dan ook nog vers & lag duidelijk bovenaan te wachten om bekeken te worden. Ik voelde dat er ook verdriet en schuldgevoel bij zat, maar schaamte was er zeker en overduidelijk bij.

We werden uitgenodigd om per 2 dieper in te gaan op de situatie en te proberen te voelen welk gevoel er aangeraakt werd door de schaamte.

Ik vertelde mijn oefenpartner over de situatie. Al pratend ging ik dieper en dieper in op het gebeuren en mijn analyse klonk heel logisch en helder…. maar ik voelde niets. We riepen de hulp van Hannah in (de begeleidster van de training). Ze vroeg me de ogen te sluiten, terug te gaan naar de situatie en in de ogen te kijken van de persoon tegenover wie ik me geschaamd had. Ik riep het beeld van de mama van het jarige meisje op. Haar ogen zouden functioneren als een wit doek, waarop ik zou kunnen zien wat ik projecteerde. Het zou mijn projectie zijn, want haar echte blik die avond was gewoon vriendelijk geweest. Toen ik -in mijn gevoel – in haar ogen keek, ging wat ik geprojecteerd zag, als een schok door me heen. Ik zag daar vlammend en vonkend een heel duidelijke boodschap. “Waag het niet! Waag het niet om toe te geven! Waag het – verdomme – niet!”. Want op mijn lippen brandden de woorden “ik kan het niet”. “Het is soms teveel. En nee, ik heb geen perfect gewassen en gestreken, gat- en scheurloze outfitjes liggen voor elk van mijn kinderen voor elke mogelijke situatie of thema. Ik kan het niet. Ik faal als mama.”

Dat was wat het beeld van mijn zoon in zijn te kleine indianenpak tussen de glitterende discomeisjes bij mij had wakker gemaakt. Wat ik geprojecteerd zag in de –denkbeeldige- blik van de gastvrouw, was een dreiging, grenzend aan paniek, dat ik het niet moest wagen om de code der moeders te doorbreken. Toegeven dat ik het niet altijd allemaal aankan, zou me een verraadster maken van de liga der moeders.

En toen ik dit voelde, voelde ik hoe het op een volgende laag ook ging over mijn gezin van herkomst. Hoe ik ook daar met een gevoel van loyaliteit zit dat me ervan weerhoudt om te zeggen dat het soms niet gaat. Want dat ik dan uit het nest gestoten zou worden.

Niet verwonderlijk dat de schaamte zo groot was. Het moest immers de immense angst bedekken om een nestbevuiler te zijn, disloyaal aan de clan, zowel mijn thuisnest, als de familie der moeders, waarin ik – naar mijn gevoel – opgenomen was sinds de geboorte van mijn eerste kind.

Het kunnen doorvoelen van de diepe schaamte voor mijn eigen faalbaarheid en de angst die het bedekte, gaf me een intens gevoel van bevrijding.  Dit opschrijven en delen is een volgende stap. Het is een hele stap, want ik voel ook schaamte voor de schaamte. Maar door het delen en het mogen deelgenoot zijn, weet ik dat ik hier niet alleen in ben.

x

Noot: Na het schrijven heb ik dit verhaal eerst gedeeld met de mama van het jarige meisje. Ook al ging het om mijn projectie, en niet om haar intentie, en was zij enkel het doek waarop ik mijn eigen angst projecteerde, toch wilde ik zeker zijn dat ze het ok vond dat ik dit neerschreef. Tot op het moment van de oefening heb ik het begrip “projectie” vaak gebruikt, zonder het helemaal te kunnen doorgronden. Sinds die oefening weet ik het. Het is een verdomd listige manier om ervoor te zorgen dat we niet voortdurend doorhebben met wat we rondlopen, maar veel van die dingen bij de ander leggen. Dat geeft ons in het beste geval wat ademruimte en zuurstof om te bekomen, maar in het slechtste geval leidt het tot verwijten en ruzies.Gelukkig is er ons bewustzijn en kunnen we maar proberen dat zo groot mogelijk te maken en zoveel mogelijk in onze eigen ogen te kijken.

Advertisements

De hunkering

Ik weet niet wat me bezielde. Mijn benen droegen me als vanzelf naar het kot van J. Een onstilbaar verlangen, een hunkering naar contact en warmte dreef me door de straten van de studentenstad. Een afwijzing was mogelijk, maar in mijn hoofd was mijn beslissing gemaakt.

J. was een vriend van iemand die ik kende. Een mooie en lieve jongen. Zacht, speels en grappig. En zonder lief, net als ik. Hij was de jongen waarnaar ik op weg was. Mijn bestemming.

Mijn hart schrijnde, de hunkering bijna ondraaglijk. Samen zijn, wilde ik, omhuld worden, zonder woorden, zonder voorwaarden.

Het verlangen dreef me voort, de donkere nacht door. Hoe dichter ik bij zijn kot kwam, hoe sterker de stemmen in mijn hoofd werden. Wat me bezielde? En hoe ik met de nee zou omgaan die me zeker te wachten zou staan?

De vastberaden tred van mijn benen leek geen tegenspraak te dulden. Ik werd voortgestuwd.

De gigantische binnentuin van het jongenscollege lag gapend voor me. Ik liep de eindeloos lijkende tuin door, naar de grote deur, de monumentale marmeren trap op. Ik was nog maar 1 keer op het kot van J. geweest, maar mijn interne kompas bracht me door het doolhof van gangen, trappen en deuren tot bij de juiste kamer.

Mijn hart bonsde in mijn keel, van de inspanning, het stappen, de trappen en de spanning. Nu kon ik nog terugdraaien. Maar ik klopte. En J. deed open, lachend als altijd. Hij keek verbaasd, verrast door wie er voor zijn deur stond. Alleen & met een blik in de ogen waarin ongetwijfeld veel te lezen moet zijn geweest.

Hij liet me binnen. Een verloren vriend zat op zijn bed, de tijd te verdrijven. De woordeloze besluiten en de blikken die gewisseld werden, zorgden voor een spanning in de lucht die zelfs de verloren vriend aanvoelde. Hij probeerde de tijd nog wat te rekken, maar werd tenslotte vriendelijk-kordaat de deur gewezen.

J., die ondertussen ook zenuwachtig geworden was, keek me vragend aan. Ik deed mijn mond open en sprak de woorden die gezegd wilden worden. Over mijn verlangen naar samenzijn, in warmte en veiligheid, met duidelijke grenzen. Zonder enige verbintenis. Een uitwisseling – zonder claim, zonder vervolg – gewoon voor die avond. Veel tijd om te beslissen had J. niet nodig. Het leek haast een simultaniteit. Een voorstel dat een keuze van ons twee werd.

Wat ik me nog herinner van de avond, is een warme gloed. Een samenzijn zonder geschiedenis en zonder toekomst. De absolute veiligheid die ik toen voelde, de afgesproken grenzen werden gerespecteerd, zonder woorden, zonder toch nog even proberen. De satijnen lakens en kussens in prachtige donkere kleuren, diep paars en oranje aardetinten die, zo vertelde J. met een mengeling van trots en gêne, zijn mama zelf gemaakt had. Zoveel huiselijkheid. De vertrouwdheid die ik voelde bij iemand die ik nauwelijks kende, maar met dezelfde roots en een gedeeld verlangen.

Het is meer dan 20 jaar geleden. Al die tijd heb ik de herinnering bewaard in mijn schatkamertje. Nu zie ik hoe mooi het was in zijn synchroniciteit.

Hoe ik toch – blijkbaar – voor mezelf kon zorgen en op dat moment volledig kon kiezen voor iets waar ik toen zo naar verlangde.

Ik heb J. nadien nog 1 keer gezien, op de trein richting onze geboortestreek. Gelukkig was er geen vriendschap op te offeren voor die avond.

Wat overblijft is een warme herinnering en veel dankbaarheid, naar J. en naar mezelf. En een blijheid dat ik nu kan zien hoe ik – tegen alles in wat ik altijd gedacht heb over mezelf – toch bij momenten écht heb kunnen kiezen voor wat ik nodig had, voorbij al mijn angsten.

x