Monthly Archives: January 2015

Ik moet nog / De generaal

Na 2 weken razen in het nieuwe jaar kwam ik tot stilstand.

Zondag 4 januari belde een vriendin. Om te vragen of ik mee wilde gaan wandelen. Maar ik had andere plannen. Dat ik me ging voorbereiden, zei ik. “Op de week die komt?”, vroeg de vriendin. “Nee, op het jaar dat komt.”

Door het uit te spreken, voelde ik de absurditeit ervan aan mijn tenen kriebelen, maar mijn hoofd was overtuigd. Ik had een plan, en daar zou ik me aan houden. Het was simpel: ik wilde helemaal klaar en voorbereid zijn om het nieuwe (werk)jaar aan te vatten. Het huis gepoetst, alle kleren gewassen, opgevouwen en in de kasten gelegd, brood in huis, beleg in de ijskast, de vaat gedaan, verse soep gemaakt, de wekker gezet, de tafel gedekt. Ik was er klaar voor. Mentaal had ik de veiligheidsgordel stevig vastgegespt, de helm opgezet en de klep laten zakken. Het jaar mocht komen.

En zo startte ik mijn race. De wedloop met mijn perfectionisme en controledrang. Er mocht niets misgaan.

Twee weken later plofte ik neer op de stoel bij A, de cranio-sacraal therapeute bij wie ik een afspraak had. Ik vertelde over het gevoel van het racen. Hoe opgedraaid ik me voelde. Hoe ik mezelf niet meer tot rust kon brengen.

“Hoor jij soms ‘ik moet nog…’ in jezelf?”, vroeg A met kalme stem en blik. Ik keek haar ongelovig aan, op mijn hoede voor wat een strikvraag leek te zijn. Ik herhaalde haar vraag: “Of ik – soms – ‘ik moet nog…’ hoor?” Ik speurde haar blik af, op zoek naar een glimp van ironie, maar ze keek me onverstoorbaar kalm aan. “Dat hoor ik voortdurend”, antwoordde ik.

Mijn dag speelt zich af tussen “ik moet opstaan” en “ik moet gaan slapen, anders ben ik morgen moe”. Daartussen is het een aaneenschakeling van ik-moet-nog’s. Mijn persoonlijke top 3 in termen van frequentie en stressniveau wordt aangevoerd door de absolute nummer 1 “ik moet nog koken”. Hel. Op nummer 2 “ik moet nog naar de winkel”. Stress. En op nummer 3 “ik moet nog ontspannen voor ik ga slapen”. Lichtjes dichtgeknepen keel. Verder ook nog heel populair “ik moet nog bellen of mailen naar…”. Onrust.

Wat mij het meest trof, was de vaststelling dat ik de zaken die ik in de loop van de voorbije maanden bewust en uit vrije wil ontdekt had en opgestart was, ook in de ik-moet-nog molen terechtgekomen waren.

Ik was met 3 activiteiten begonnen: start to run, pianoles en het schrijven aan mijn boek. Aan elk van deze activiteiten was ik met veel zin begonnen. Het waren tenslotte zaken die zich op een organische wijze aan mij “geopenbaard” hadden. Ik wilde gaan lopen, om me fysiek sterker en beter in mijn vel te voelen. Ik wilde leren pianospelen. Een verlangen van toen ik kind was. En ik wilde aan mijn boek beginnen. Een proces dat spontaan op gang gekomen was nadat ik het verhaal “de hunkering” neergeschreven had en het dus uit mijn systeem was.

Zoveel fijne en positieve Sofie-activiteiten. Helemaal zelf gekozen. Die positieve bezigheden moesten zich echter wel mengen & integreren in mijn systeem, en kwamen onder het gezag van de generaal terecht, die daar de plak zwaait. Die generaal heeft een ijzeren discipline. Geef me een recept, en ik volg het. Bied me een schema aan en ik wring me erin. Zo kwam ik op het punt dat ik mezelf hoorde zeggen: “ik moet nog gaan lopen” of “ik moet nog piano oefenen”.

De kiemen zaten erin natuurlijk. Start to run is gebaseerd op een weekschema. Sjklak. Dit werd zonder enige toegeving vastgeklikt in mijn mentale weekschema. Piano: elke dag 5 minuten oefenen. Sjklak, vastgelegd. Schrijven? Tja, dat zou enkel kunnen op zondagnamiddag, als er niets anders te doen was. Iets minder sjklak, want geen opgelegd schema. En zo werden die mooie initiatieven mee de ingrediënten voor een verstikkende wurggreep.

De genadeslag werd gegeven door mijn dochter die de eerste schoolweek van januari aankondigde dat ze zou overstappen van de kunstrichting die ze sinds september volgde, naar een ASO richting. Het was alsof in het weekschema in mijn hoofd, de paar zuurstofgaatjes die ik er voor mezelf ingeboord had, dichtklapten. Mijn ervaring van de voorbije 2 jaren had me namelijk de logische som geleerd: ASO + dyscalculie = elke avond een halfuur tot een uur wiskunde uitleggen. Het voelde alsof mijn dochter met deze beslissing de zuurstofslang, die al niet zo’n groot debiet had, helemaal plattrapte.

En zo zat ik die vrijdag bij A. Moegelopen, en het was nog maar 16 januari.

Ik ging liggen en sloot mijn ogen. Af en toe vroeg A iets. Ik hoorde haar & bromde af en toe instemmend, maar ondertussen was ik volledig weg. Naar rustiger oorden. Het was alsof A de stekker uitgetrokken had.

Na de behandeling ging ik terug op de stoel zitten. Loom, zwaar, met mijn zwaartepunt nu in mijn buik in plaats van mijn hoofd, volledig in rust. Of ik me anders voelde, vroeg A. Zelfs mijn stem was gezakt. Er was geen moeten meer.

EPILOOG

Ik besef dat de generaal een stuk van mij is waaraan ik ook veel te danken heb. Zijn doorzettingsvermogen heeft me gebracht waar ik nu sta.

Ik heb ontdekt dat de generaal zelden vakantie neemt. Enkel als er geen keuken is. De generaal activeert namelijk alle keuken-routines als er een gasvuur, ijskast en gootsteen te bespeuren zijn.

De generaal kan dan weer geweldig goed ontspannen als hij ergens uitgenodigd wordt. Dan is hij uiterst aimabel, want de generaal houdt van eten en gezelligheid. Maar de stress errond thuis, is er teveel aan. Drie kinderen, die elk op zijn of haar eigen manier heel weinig lusten, heel selectief eten, maar tegelijk enorm gefocust zijn op eten, dat kan de generaal niet aan. De generaal denkt namelijk logisch: lekker eten is lekker eten. Punt. Waarom roept het ene kind dan “vergif!” als hij het voor zijn neus krijgt? Of vlucht een ander kind naar de broodtrommel bij een ander gerecht? De generaal wordt daar moedeloos van. Maar dat is stof voor een ander verhaal.

De generaal is van het zwaarmoedige en melancholische type. Veel is er niet om mee te lachen. Het leven is ernst. Alles draait om toewijding en inzet. De generaal kan heel goed doorbijten. Hij kan heel veel saaiheid en ontberingen aan. Daar is hij in getraind.

Ik neem me voor de generaal een beetje beter te leren kennen. Zachtjes aan zal ik verder op zoek gaan naar zijn sterktes en de punten waarop hij blokkeert. Ik word goede maatjes met de generaal. En zo komt er hopelijk wat meer “ik mag…” in mijn leven. Of “ik heb wel zin in…”.

De generaal is niet degene die me levensvreugde verschaft. Dat is de nar, die ook in mij zit. Speels, vrolijk en dartel als een hinde. Die ga ik wat meer water en aandacht geven. Zodat de sterke generaal ook eens kan achteroverleunen, en misschien wel met een glimlach op het gezicht zich een beetje voelt smelten door de onschuld, de naïviteit en de speelse lichtheid van zijn compagnon.
x

Advertisements

De lawine

Ik dacht dat het me dit jaar niet zou overkomen. De kater die ik vorig jaar in deze periode gevoeld had & beschreven heb in “De onverbiddelijke maand”, dacht ik dit keer te slim af te zijn. Gewoon voldoende bewustzijn zou volstaan. Dacht ik. De genadeloosheid van het besef dat de trein waarvan je dacht dat die even zou stoppen, maar die gewoon terug optrekt naar kruissnelheid en het nieuwe jaar in dendert… die genadeloosheid zou me dit keer niet hebben liggen.

Alles ging goed. De vakantie was – zoals altijd deze periode – druk en goed gevuld. Veel feestjes, bezoeken en afspraken. Veel tradities in ere te houden, teveel eten en drinken en te laat gaan slapen. Om de verstikking voor te zijn, had ik zelfs een tweedaagse met mijn man gepland, midden in de vakantie. Heel even er tussen uit, genieten en niets moeten.

Met enige voldoening zag ik de vakantie naar een goed einde lopen. Het was me gelukt. Ik was de feestdagen goed doorgekomen. Ik had me kunnen ontspannen, de riem wat gelost en kunnen lachen en genieten. Ik blikte tevreden terug en nieuwsgierig vooruit en ging met een glimlach slapen….

Tot vanmorgen, bij het aanbreken van de laatste dag van de vakantie, tussen slapen & ontwaken, het me overviel. Mijn lichaam sliep nog, maar de sluizen in mijn hoofd werden opengezet. Volledig.

Alles waar ik ook maar de lichtste twijfel over had gevoeld de voorbije tijd, leek zich verzameld te hebben en donderde als een lawine op me af en sleurde me mee.

Er was geen stoppen aan. Ik draaide dezelfde cirkeltjes die ik al vaak gedraaid had, maar dan zonder afleiding of wrijving, waardoor het oneindig veel sneller leek te gaan. Ik zag een lange rekensom waarbij een aantal cijfers nog ingevuld moesten worden, want nog onbekend, en daar tegenover het cijfer van onze bankrekening. En de onmogelijkheid om te weten welke van de twee groter zou zijn.

Alle herstellingen en verbeteringen die we aan ons huis plannen te doen, passeerden de revue. De plechtige communie en de beginnende puberteit-zoektocht van onze 11-jarige zoon, de vraag of we dit jaar dan eindelijk eens een feest zouden geven voor onze zoveelste huwelijksverjaardag, maar hoe dan, en waar, en wie nodig je dan uit… Of en naar waar we op reis zouden kunnen gaan dit jaar. De paar zaken die ik nog niet van mijn kerstvakantie-to-do-lijst had kunnen schrappen, zoals de kerstkaarten voor de buren die nog geschreven moesten worden ….

Ondanks mijn horizontale positie, liggend in bed, voelde ik de last drukken op mijn schouders. Twee stalen staven leken zich links en rechts in mijn schouders te boren. Het deed fysiek pijn.

Vanbinnen voelde het alsof ik in mijn eentje op een dorre vlakte stond. In de gure wind, zonder enige bescherming. Geen levende ziel te bekennen: geen mens, plant of dier. Geen zon. Geen verbinding. De kille eenzaamheid van dit gevoel deed mijn adem stokken. Zelfs de bron van het leven, de eeuwige beweging, leek stil te vallen. Er was niets, enkel ik overgeleverd aan mijn ergste zelf. Die onderstroom die al voor zoveel verhalen op deze blog de inspiratiebron is geweest.

Weg waren mijn gezin, mijn familie, vrienden, collega’s, buren, dorpsgenoten… mijn hele, warme netwerk. Het enige wat er nog was, was mijn levensgrote angst om te falen, om het niet aan te kunnen, om te mislukken, blut te zijn, het nulpunt te bereiken, kinderen te hebben die compleet verloren lopen.

De verantwoordelijkheid die op mij woog, was verpletterend. Alles, maar dan ook alles, leek op mijn schouders te rusten. En dat zonder enige zuurstof of hulpbronnen.

Alsof ik mezelf verplicht om in mijn eentje de Himalaya te beklimmen, zonder eten, zonder aangepaste schoenen of kleding, kaart of begeleiding. Alsof ik van mezelf vind dat ik dat moet kunnen, en dat ik anders misluk.

Gelukkig brak de dag aan. Ik keek naar het streepje oranje zonlicht dat door het rolluik naar binnen scheen en trok mezelf uit mijn zuurstofarme beeld.

Opstaan zou me goed doen. Het licht zien, letterlijk, en weer ademen. Terug naar de orde van de dag. De zondagse routine opnemen, een houvast in het me wassen, aankleden en naar de bakker gaan. En het voornemen om dit op te schrijven en te delen.

Mezelf, met mijn diepste angsten die me op onbewaakte momenten kunnen meeslepen, nog maar eens en opnieuw bestaansrecht te geven. Zien dat ook dit bij mij hoort. En voortgaan. Niet blijven zitten, niet verstarren op die dorre vlakte, maar de angst doorvoelen en dan weer verderstappen.

Dag voor dag. Leven.

x