Ik moet nog / De generaal

Na 2 weken razen in het nieuwe jaar kwam ik tot stilstand.

Zondag 4 januari belde een vriendin. Om te vragen of ik mee wilde gaan wandelen. Maar ik had andere plannen. Dat ik me ging voorbereiden, zei ik. “Op de week die komt?”, vroeg de vriendin. “Nee, op het jaar dat komt.”

Door het uit te spreken, voelde ik de absurditeit ervan aan mijn tenen kriebelen, maar mijn hoofd was overtuigd. Ik had een plan, en daar zou ik me aan houden. Het was simpel: ik wilde helemaal klaar en voorbereid zijn om het nieuwe (werk)jaar aan te vatten. Het huis gepoetst, alle kleren gewassen, opgevouwen en in de kasten gelegd, brood in huis, beleg in de ijskast, de vaat gedaan, verse soep gemaakt, de wekker gezet, de tafel gedekt. Ik was er klaar voor. Mentaal had ik de veiligheidsgordel stevig vastgegespt, de helm opgezet en de klep laten zakken. Het jaar mocht komen.

En zo startte ik mijn race. De wedloop met mijn perfectionisme en controledrang. Er mocht niets misgaan.

Twee weken later plofte ik neer op de stoel bij A, de cranio-sacraal therapeute bij wie ik een afspraak had. Ik vertelde over het gevoel van het racen. Hoe opgedraaid ik me voelde. Hoe ik mezelf niet meer tot rust kon brengen.

“Hoor jij soms ‘ik moet nog…’ in jezelf?”, vroeg A met kalme stem en blik. Ik keek haar ongelovig aan, op mijn hoede voor wat een strikvraag leek te zijn. Ik herhaalde haar vraag: “Of ik – soms – ‘ik moet nog…’ hoor?” Ik speurde haar blik af, op zoek naar een glimp van ironie, maar ze keek me onverstoorbaar kalm aan. “Dat hoor ik voortdurend”, antwoordde ik.

Mijn dag speelt zich af tussen “ik moet opstaan” en “ik moet gaan slapen, anders ben ik morgen moe”. Daartussen is het een aaneenschakeling van ik-moet-nog’s. Mijn persoonlijke top 3 in termen van frequentie en stressniveau wordt aangevoerd door de absolute nummer 1 “ik moet nog koken”. Hel. Op nummer 2 “ik moet nog naar de winkel”. Stress. En op nummer 3 “ik moet nog ontspannen voor ik ga slapen”. Lichtjes dichtgeknepen keel. Verder ook nog heel populair “ik moet nog bellen of mailen naar…”. Onrust.

Wat mij het meest trof, was de vaststelling dat ik de zaken die ik in de loop van de voorbije maanden bewust en uit vrije wil ontdekt had en opgestart was, ook in de ik-moet-nog molen terechtgekomen waren.

Ik was met 3 activiteiten begonnen: start to run, pianoles en het schrijven aan mijn boek. Aan elk van deze activiteiten was ik met veel zin begonnen. Het waren tenslotte zaken die zich op een organische wijze aan mij “geopenbaard” hadden. Ik wilde gaan lopen, om me fysiek sterker en beter in mijn vel te voelen. Ik wilde leren pianospelen. Een verlangen van toen ik kind was. En ik wilde aan mijn boek beginnen. Een proces dat spontaan op gang gekomen was nadat ik het verhaal “de hunkering” neergeschreven had en het dus uit mijn systeem was.

Zoveel fijne en positieve Sofie-activiteiten. Helemaal zelf gekozen. Die positieve bezigheden moesten zich echter wel mengen & integreren in mijn systeem, en kwamen onder het gezag van de generaal terecht, die daar de plak zwaait. Die generaal heeft een ijzeren discipline. Geef me een recept, en ik volg het. Bied me een schema aan en ik wring me erin. Zo kwam ik op het punt dat ik mezelf hoorde zeggen: “ik moet nog gaan lopen” of “ik moet nog piano oefenen”.

De kiemen zaten erin natuurlijk. Start to run is gebaseerd op een weekschema. Sjklak. Dit werd zonder enige toegeving vastgeklikt in mijn mentale weekschema. Piano: elke dag 5 minuten oefenen. Sjklak, vastgelegd. Schrijven? Tja, dat zou enkel kunnen op zondagnamiddag, als er niets anders te doen was. Iets minder sjklak, want geen opgelegd schema. En zo werden die mooie initiatieven mee de ingrediënten voor een verstikkende wurggreep.

De genadeslag werd gegeven door mijn dochter die de eerste schoolweek van januari aankondigde dat ze zou overstappen van de kunstrichting die ze sinds september volgde, naar een ASO richting. Het was alsof in het weekschema in mijn hoofd, de paar zuurstofgaatjes die ik er voor mezelf ingeboord had, dichtklapten. Mijn ervaring van de voorbije 2 jaren had me namelijk de logische som geleerd: ASO + dyscalculie = elke avond een halfuur tot een uur wiskunde uitleggen. Het voelde alsof mijn dochter met deze beslissing de zuurstofslang, die al niet zo’n groot debiet had, helemaal plattrapte.

En zo zat ik die vrijdag bij A. Moegelopen, en het was nog maar 16 januari.

Ik ging liggen en sloot mijn ogen. Af en toe vroeg A iets. Ik hoorde haar & bromde af en toe instemmend, maar ondertussen was ik volledig weg. Naar rustiger oorden. Het was alsof A de stekker uitgetrokken had.

Na de behandeling ging ik terug op de stoel zitten. Loom, zwaar, met mijn zwaartepunt nu in mijn buik in plaats van mijn hoofd, volledig in rust. Of ik me anders voelde, vroeg A. Zelfs mijn stem was gezakt. Er was geen moeten meer.

EPILOOG

Ik besef dat de generaal een stuk van mij is waaraan ik ook veel te danken heb. Zijn doorzettingsvermogen heeft me gebracht waar ik nu sta.

Ik heb ontdekt dat de generaal zelden vakantie neemt. Enkel als er geen keuken is. De generaal activeert namelijk alle keuken-routines als er een gasvuur, ijskast en gootsteen te bespeuren zijn.

De generaal kan dan weer geweldig goed ontspannen als hij ergens uitgenodigd wordt. Dan is hij uiterst aimabel, want de generaal houdt van eten en gezelligheid. Maar de stress errond thuis, is er teveel aan. Drie kinderen, die elk op zijn of haar eigen manier heel weinig lusten, heel selectief eten, maar tegelijk enorm gefocust zijn op eten, dat kan de generaal niet aan. De generaal denkt namelijk logisch: lekker eten is lekker eten. Punt. Waarom roept het ene kind dan “vergif!” als hij het voor zijn neus krijgt? Of vlucht een ander kind naar de broodtrommel bij een ander gerecht? De generaal wordt daar moedeloos van. Maar dat is stof voor een ander verhaal.

De generaal is van het zwaarmoedige en melancholische type. Veel is er niet om mee te lachen. Het leven is ernst. Alles draait om toewijding en inzet. De generaal kan heel goed doorbijten. Hij kan heel veel saaiheid en ontberingen aan. Daar is hij in getraind.

Ik neem me voor de generaal een beetje beter te leren kennen. Zachtjes aan zal ik verder op zoek gaan naar zijn sterktes en de punten waarop hij blokkeert. Ik word goede maatjes met de generaal. En zo komt er hopelijk wat meer “ik mag…” in mijn leven. Of “ik heb wel zin in…”.

De generaal is niet degene die me levensvreugde verschaft. Dat is de nar, die ook in mij zit. Speels, vrolijk en dartel als een hinde. Die ga ik wat meer water en aandacht geven. Zodat de sterke generaal ook eens kan achteroverleunen, en misschien wel met een glimlach op het gezicht zich een beetje voelt smelten door de onschuld, de naïviteit en de speelse lichtheid van zijn compagnon.
x

Advertisements

2 thoughts on “Ik moet nog / De generaal

  1. Sofie, bedankt om me met je herhaal wakker te schudden op deze zondagmiddag. Die generaal zou bij mij ook eens dringend aan zijn pensioen mogen denken. In mijn geval niets dringend te doen , enkel een klein baby’tje om voor te zorgen met zijn tweeën, en er toch in slagen om de zondag te verpesten met door het huis te crossen met duizenden ik moet nogjes, die dan nog eens allemaal tegelijk moeten… Ik ga er NU iets aan doen… De vraag is weer voor hoe lang 🙂

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s