Het maillot

Het beeld van de sombere speelplaats op een winteravond, in een voor mij onbekende school in Heverlee, was de laatste jaren af en toe terug in mijn herinnering gekomen. Vreemd vond ik dat, want het was een beeld van meer dan 17 jaar geleden, in een op het eerste zicht gewone passage in mijn leven. Aan die speelplaats was namelijk een turnzaal. En in die turnzaal ging ik naar de dansles, moderne dans, voor beginners. Iets deed me terugkeren naar die ervaring, maar ik was er nooit verder op doorgegaan. Tot vorige week, in mijn tweewekelijkse focus-sessie met mijn focusmaatje K.

Dansen heeft altijd in mij gezeten. Ik heb gedanst, in vele vormen en gedaanten. Als kind volgzaam bij de volksdans in het dorp, streng en perfectionistisch in de balletles, al iets lossere figuurtjes volgend bij jazz dance en uren en uren in mijn eentje op mijn kamer. Als ik wat ouder was, verkende ik andere vormen, zoals stijldansen (waarbij ik meestal de man moest spelen, omwille van mijn lengte), buikdans, Afrikaanse dans, Afro-Braziliaanse dans, Salsa, 5-ritmes dans, sacrale dans,… Een paar jaar geleden ben ik zelfs gaan kijken naar een website over paaldansen (no kidding!), omdat ik had gehoord dat het zo’n goede alomvattende sport was. Totdat ik zag in welke minuscule broekjes en pakjes je verondersteld werd je te hijsen. De pagina was snel gesloten.

Maar dus het hoofdstuk moderne dans – voor beginners. Ik moet zo’n 25 jaar geweest zijn. We woonden in de buurt van Leuven. Door mijn voltijdse, zittende job, had ik zin in beweging. En bij beweging denk ik – of dacht ik toen toch zeker – aan dans. Dat is voor mij de meest natuurlijke en ontspannende manier van bewegen. Ik ging wat rondkijken en –horen (surfen was in die tijd nog heel erg beperkt). Ik botste op een foldertje over lessen moderne dans. Het telefoonnummer dat ik belde, bracht mij bij een onaangenaam klinkende man, beetje betweterig type, maar hij bleek enkel de organisator te zijn. De danslessen zelf zouden door iemand anders gegeven worden. En dat ik uiteraard eens een les mocht gaan proberen.

Ik was in de wolken. Moderne dans fascineerde me, maar ik dacht dat ik er niet geschikt voor zou zijn. Reden genoeg om toch te proberen, zeker nu het voor beginners was (die term was heel belangrijk – het gaf me het gevoel dat ik het mocht proberen).

De les ging door in een typische turnzaal van een school in Heverlee. Ik zie nog heel de weg er naartoe: de spoorweg over en dan schuin links een steile weg naar boven. De turnzaal rook zoals een turnzaal ruikt, met samengerolde stofplukken en andere substanties onder je voetzolen die je vooral probeert te negeren, maar die je na de les met je handen wegveegt omdat het idee van zo in je kousen en schoenen te moeten, je nog meer tegenstaat dan het gevoel met je handen over je grijze, vuile voetzolen te moeten gaan. Maar goed, het ging over de les.

De andere “beginners” bleken zonder uitzondering allemaal jonge, magere, frisse meisjes te zijn, die minstens 5 jaar jonger waren dan ik. De leraar was een streng uitziende danser van het Spartaanse type (maar zo zijn wellicht de meeste professionele dansers), met een onpeilbare, maar toch enigzins verveelde blik. De proefles viel mee omdat ik wou dat ze zou meevallen. Ik had mijn zinnen zo op deze cursus gezet, dat het een uitgemaakte zaak was dat de les zou meevallen. De koude zaal, de nog koudere toiletten waar je onmogelijk op je blote voeten naartoe kon over de donkere, koude, winterse speelplaats, de arrogant kijkende leraar, de vrolijk kirrende meisjes die ik dacht te zien denken “wat doet die ouwe hier?”,… aanwijzingen genoeg om er maar meteen mee te stoppen, nog voor het officieel van start zou gaan. Maar mijn wil om eindelijk eens de onbereikbaar lijkende moderne dans te verkennen, was sterker dan alle signalen die ik kreeg. Ik moest en ik zou moderne dans leren.

En zo geschiedde. De lessenreeks bleek week na week een marteling. Ook al zat het potentieel erin om te genieten van wat ik leerde, het enige wat ik kon voelen, was een torenhoge schaamte. Ik voelde me dik, plomp en oud (25!), stram en niet lenig genoeg. De schaamte was zo immens dat ik dacht dat iedereen ze kon zien, dus concentreerde ik al mijn aandacht op het proberen de schaamte te verbergen, achter een glimlach en heel veel wilskracht om de oefeningen goed te doen. Nu ik er in de focus-sessie op doorging, kreeg ik het beeld van een pak van 5 kranten dat je probeert tot een zo klein mogelijke bol samen te proppen. Van het moment dat je de kracht mindert, zet de prop weer uit. Je hebt dus al je kracht en concentratie nodig om de bol klein te houden. Ik schaamde me voor de schaamde.

Zo gingen de weken voorbij. Totdat de leraar aankondigde dat we een stuk gingen inoefenen voor het optreden. Het angstzweet brak me uit. Op een podium gaan staan om op te treden! Alle doembeelden van mijn optredens met de balletles schoten naar boven. Ook al werd ik bij elk optreden steevast op de achterste rij gezet (want groot en weinig soepel) van het veel te grote podium in de Warande, toch had ik altijd het gevoel dat iedereen in de zaal mijn gestuntel kon zien.

Optreden dus. Ik was ondertussen zo ver gevorderd in mijn schaamte en behoefte aan bevestiging, dat ik mij zelfs verlaagde tot regelrechte mouwvegerij bij de Spartaanse leraar. Toen hij het lied liet horen waarop we zouden dansen, maakte mijn hart een sprongetje toen ik de enige bleek te zijn die het kende. Het was een nummer van Nicholas Lens (Flamma Flamma). Een naam waar de jonge spring-in-t-veldjes nooit van gehoord hadden, maar ik als “oude”, saaie intellectueel wel. Ondanks het besef dat ik er zwaar over ging, won mijn behoefte aan erkenning het, en ging ik na de les naar de leraar om zijn ongeïnteresseerde blik te trotseren met de mededeling dat ik dat een goed nummer vond, net als de andere nummers van Lens. Ik walgde van mezelf, van deze versie van mezelf waartoe ik me verlaagde. Ik wilde zo graag ook eens gezien worden. Want als er al eens een schaars compliment werd gegeven in de les, was dat uiteraard enkel bedoeld voor de frisse meisjes op de eerste rij. Die achteraf gezien eigenlijk ook op hun eigen manier heel erg op zoek waren naar aandacht. Maar dat zag ik toen zo niet. Zij konden gewoon goed en soepel “modern” dansen, ik niet.

Ik dacht nog dat ik ging meedoen met het optreden, ondanks mijn diepe angst om totaal af te gaan op het podium. Totdat de vrouw van de onaangename organisator van de lessen, onze maten kwam opnemen. Zij zou de maillots gaan naaien voor het optreden. Na het nodige gekir en gedraai en de vrouw die bezadigd met haar lintmeter alle tailles, heupen en omtrekken mat, bleek er in het kolommetje “maat 42” slechts 1 naam te staan: die van mij. Alle andere meisjes kwamen maximaal tot aan 40, met de meeste in de kolommetjes waarboven “36” of “38” prijkte. Dat was de druppel. Ondanks het gesus van de vrouw dat dat toch niet erg was, gooide ik de handdoek in de ring. Dit zou in mijn ogen de ultieme vernedering zijn: als oude, plompe, stramme ”vrouw” in een maatje 42 moeten optreden op de achterste rij met vooraan enkel frisse en magere jongere modelletjes. Die beker zou ik aan mij voorbij laten gaan. En dus heb ik niet meegedaan. Ik ben ook niet gaan kijken.

Na deze ervaring heb ik jarenlang alle danslessen met pasjes vermeden. Ik danste enkel nog op mezelf, helemaal zoals ik het zelf wilde en voelde. Jaren later overhaalde A, de vriendin die ik in Parijs had leren kennen, me om een cursus Afro-Braziliaanse les te volgen in Wilrijk. Dat was ook met pasjes, maar de warme levenslust van de leraar en de percussionisten maakte veel goed. De leraar kwam zelfs liefdevol over mijn hamertenen aaien om ze tot rust te brengen en me te ontspannen. Eén van de percussionisten zat me altijd zo breed lachend aan te kijken en aan te moedigen, dat ik mijn schaamte liet varen en volop genoot van deze dansvorm. De meeste communicatie verliep trouwens non-verbaal, aangezien zij geen Nederlands, en wij geen Portugees spraken. Toen ook hier het optreden eraan kwam, heb ik weken getwijfeld. Alle angst en onzekerheid kwamen terug naar boven. Maar uiteindelijk heb ik het gedaan. Op de eerste rij nog wel. Ik ging kapot van de zenuwen, en ik schaamde me, maar tegelijkertijd heb ik genoten van elke minuut op het podium, van de live percussie door mijn fan en zijn compagnon en van het publiek dat enthousiast meedanste. Het Afro-Braziliaanse dansfeest in Antwerpen stond dan ook heel ver af van de stijve, Spartaanse moderne dans van de koude turnzaal in Heverlee.

Sindsdien houd ik het – veel te weinig wel – bij vrije vormen van dans, zonder pasjes, zonder figuurtjes, gewoon je ritme volgen.

Ik voel nu terug hoe ik het dansen gemist heb, en hoe dit mijn manier is om me te verbinden met de stroom van het leven. Niet in het strakke keurslijf van een maillot, maar in de vrije vorm die alle ruimte inneemt die ze nodig heeft.

x

Advertisements

2 thoughts on “Het maillot

  1. Sofietje, al wat ik lees in je blogs.. is dat verzinsel of heb jij dat ook allemaal werkelijk beleefd ?

    Is telkens heel mooi verwoord.

    Lieve groetjes

    mies

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s