Het nieuwe taboe

Al weken loop ik rond met een thema waarover ik wil schrijven, en al net zo lang lijk ik rond de hete brij te blijven cirkelen. Want heet is het. Warm & borrelend, kolkend als lava. Het thema dat me bezighoudt, is kwaadheid. Woede, boosheid, onmacht, frustratie,… de hele zooi.

Op dagen dat ik me boos voel en de frustratie in mezelf voel wringen, knijpen en duwen, wil ik allesbehalve eens rustig de pen ter hand nemen. Er zijn ook dagen dat ik me goed voel, rustig als op een licht kabbelend water. Dan lijkt het thema zo ver weg (tot mijn grote opluchting), dat geen haar op mijn hoofd eraan denkt om het gevoel uit te nodigen en mij er vervolgens in te laten zakken, om erover te kunnen schrijven. En zo gaan de weken voorbij. Maar ik voel dat het thema aan mij blijft trekken. Het reist met me mee en houdt me gezelschap, ergens in de periferie van mijn blik- en ervaringsveld.

En o, wat is het een kanjer. Het is donker & groot als een onweersfront. Het rommelt en af en toe komen er flitsen uit. Het beangstigt me, en meestal ben ik blij dat het me nog net niet ingehaald heeft. De kracht en schijnbare onverzettelijkheid ervan intrigeren me. Zoveel kracht, 100 000 volt, maar totaal niet te geleiden. Iets waar je enkel aan ten onder kan gaan. Zo lijkt het.

In de Liefdesbang-training, ondertussen al weer meer dan 6 maanden geleden, gingen we een oefening rond kwaadheid doen. De kussens & mattenkloppers werden klaargelegd. Waar ik bij de andere oefeningen altijd lichtjes ongeduldig had staan popelen om eraan te beginnen, was mijn enige reflex nu om kei-hard weg te lopen. Waar was de uitgang? Deze beker wilde ik aan mij laten voorbijgaan. De oefening werd uitgelegd en de eerste persoon begon eraan. Het zweet liep van me af. Ik wilde weg. Ik besefte dat ik liever 10 kilo verdriet heb dan 100 gram kwaadheid.

Niemand van onze groep zat echt te springen om deze oefening te doen. Sommigen raapten hun moed bij mekaar, bij andere haalde de nieuwsgierigheid het van de angst of weerstand. Ik kon enkel totaal ontdaan toekijken. De woede & kracht die vrijkwamen bij de persoon die de oefening deed, bliezen me omver, al zat ik tegelijk als vastgenageld op mijn stoel. Alles in mijn lijf stond op de hoogste alarmstand. Ik wilde er vooral niet zijn.

Gaandeweg voelde ik naast de angst en weerstand ook een kiem van nieuwsgierigheid. De transformatie die de personen tijdens de oefening leken door te maken, fascineerde me. Ik besloot dat ik de oefening zou doen. Ze niet doen zou me met spijt en onvervulde nieuwsgierigheid achterlaten.

Ik ging klaarstaan, recht tegenover Hannah, de begeleidster van de training. Het “enige” wat je moest doen, was mekaar in de ogen kijken, het ene woord zeggen dat je voor jezelf bedacht had en dan kloppen (op het kussen). De cyclus van kijken, het woord uitspreken en slaan werd een aantal keer herhaald. Het bouwde op, maar ik voelde dat er nog een drempel was. Tot Hannah als antwoord op een luide “NEE” van mijn kant zei: “wat zeg je, ik hoor je niet!”. Dat was de trigger die mij vol met beide voeten midden in mijn kwaadheid zette. Ik sloeg en het voelde alsof ik door dit zetje plots in de perfect afgestemde positie stond om de kracht van de kwaadheid door mij te laten stromen. Het voelde niet meer vreemd, maar net heel eigen. Het was alsof de lucht opklaarde. Als de zuurstof en openheid die je na een onweersbui in de lucht voelt en ruikt. De waas die soms voor mijn ogen en systeem zit bij het draaien rond de hete brij van de woede, was weg. De wereld keek me plots glashelder aan. Ik voelde me krachtig, moedig en opgeklaard.

De oefening heeft nog lang nagewerkt en heeft me veel over het thema doen nadenken. Hoe het in onze maatschappij gewoon niet aanwezig lijkt te zijn. We ballen het samen en leggen het bij de andere. Meestal bij andere culturen, volkeren of religies die zich in onze ogen “niet zo goed kunnen beheersen”. Bij de mensen die oorlog voeren en volkeren uitmoorden. Wij zijn “beschaafd” en praten dingen uit als iets ons niet zint. En als dan toch eens de stoppen doorslaan bij iemand, dan is dat een individuele aangelegenheid. Die persoon was gewoon niet sterk genoeg of kon het leven niet aan. Zo oordelen wij. Maar wij staan daarboven.

Verdriet hebben we ondertussen, gelukkig maar, wel toegelaten in onze samenleving. Maar het lijkt wel een schaamlapje geworden voor het echte werk. We laten onze tranen de vrije loop op het werk, op café of op de televisie. Zelfs de übermannen van onze tijd, de stoere halfgoden die onze voetballers zijn, zelfs zij pinken in het openbaar al eens een traantje weg. Een ploegmaat of vriend overleden, een baby geboren, een intense overwinning,… de tranen zijn niet ver weg. Prima! Blij dat we al zover gekomen zijn. Maar in plaats van te koketteren met onze moed om verdriet te tonen, zouden we misschien eens kunnen kijken naar de reuzegrote olifant in de kamer. De tikkende tijdbom onder onze samenleving die we dringend moeten zien, benoemen en toelaten: onze collectieve frustratie, boosheid en woede. De onmacht die we voelen bij de immense druk die de maatschappij ons oplegt (lees: die we onszelf opleggen), dat zowel succes als mislukking je eigen individuele verantwoordelijkheid zijn.

De tijd dat we de andere met de vinger konden wijzen, is voorbij (al heeft nog niet iedereen dat door). Het is nu aan jou om je leven te maken. Het ligt niet aan de politiek, niet aan je ouders, niet aan het klimaat, niet aan je baas, niet aan je partner. Elk persoonlijk verhaal van trauma, verdriet of ontnomen kansen kan en moet overstegen worden. Voorbij je verhaal toch iets proberen te maken van je leven. Je talenten gebruiken, je missie ontdekken en leven. Dit is een loodzware verantwoordelijkheid die we onszelf collectief aan het opleggen zijn. En onder die immense druk broeit de frustratie, de afgunst en de onmacht. Waarom lijkt het mij niet zo goed te lukken als mijn buurman of die kennis?

En dit, beste lezer, is het ware betoog van mijn verhaal. Hoe we een nieuw taboe in het leven hebben geroepen. Wat mij betreft: ik wil het gesprek hierover graag aangaan. Maar anders dan bij verdriet, lijken een open gesprek en een welwillende houding niet voldoende te zijn. Dat is enkel het begin. Om de kwaadheid toe te laten in je leven, dien je een actieve stap te zetten. Dit kan je ook niet alleen. Of je doet het toch bij voorkeur met iemand die je vertrouwt. Want de kracht van de “bom” is groot. Overweldigend soms.

Ik denk zelfs dat veel van de vermoeidheid in ons leven zijn oorsprong vindt in de immense hoeveelheid energie die nodig is om het deksel op de snelkookpan te houden. Om glimlachend verder te functioneren in ons leven. Alles onder controle.

Zelf voel ik een verlangen om de kwaadheid in mezelf  verder te gaan verkennen. Om er mijn bondgenoot en energiebron van te maken. Want hoe je het ook bekijkt (onweersfront, bom,…), elektriserend is het in ieder geval.

Maar vergis je niet… kwaadheid is een dampende en sisselende laag, waaronder bijna altijd een diepe pijn verborgen zit. Af en toe steken we er een teen in. Dan grommen, zeuren of bijten we van ons af. Maar er echt in gaan staan, om zo te zinken naar de laag van pijn die eronder zit, dat doen we zelden. Meestal heeft de buitenwereld al gereageerd op ons gemorrel en wordt er heen en weer geroepen en gezwegen. Om er echt in te kunnen zakken, is er veiligheid nodig. En iemand die bij je staat, zonder oordeel, die uit zijn eigen emotie blijft.

Onze maatschappij zal pas een veilige plek zijn om in te leven, als ieder voor zich in zijn of haar eigen leven de verantwoordelijkheid neemt om de boosheid een plek te geven. De idealist in mij weet dat dit perfect mogelijk is. De realist weet dat dit niet voor meteen zal zijn. Nochtans is de nood hoog, heel hoog. Je hebt er moed en geloof voor nodig. De moed om jezelf recht in de ogen te kijken en het geloof dat dit jezelf, je naaste omgeving en de samenleving ten goede komt. Laat ik u dat, beste lezer, alvast en van harte toewensen: moed en geloof. De rest volgt dan wel….

Advertisements

2 thoughts on “Het nieuwe taboe

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s